top of page

Nieuwsbericht 28

Hybride warmtepomp vanaf 2029 wordt norm bij vervanging van cv-ketel

15 oktober 2026 

​

Het kabinet wil vanaf 2029 bij vervanging van een cv-ketel een slimme, energiezuinigere verwarmingsinstallatie verplicht stellen voor een groot deel van de woningen. Een hybride warmtepomp wordt daarbij de beoogde minimumstandaard; volledig elektrisch heeft de voorkeur waar dat mogelijk is. De precieze verplichting, uitzonderingen en financiële randvoorwaarden moeten nog worden uitgewerkt.

 

Dit is een compacte samenvatting van de Kamerbrief van 7 oktober 2026, met kanttekeningen.

 

Doelen normering

De overheid beoogd de volgende 3 doelen:

  1. Energiezekerheid: woningen minder afhankelijk maken van aardgas.

  2. Betaalbaarheid: huishoudens minder blootstellen aan hoge en schommelende gasprijzen.

  3. Verduurzaming: het tempo van vervanging van verwarmingsinstallaties verhogen om de gebouwde omgeving richting 2050 te verduurzamen.

 

Het huidige overstaptempo naar duurzame verwarming is onvoldoende. Subsidies, informatie en financiering blijven bestaan, maar worden aangevuld met een verplichting op een natuurlijk vervangingsmoment.

 

Het coalitieakkoord 2026–2030 noemt expliciet het stimuleren en verplichten (normeren) van hybride, slimme warmtepompen op plekken waar een warmtenet niet de meest geschikte oplossing biedt. De Kamerbrief is een volgende stap. Tevens moeten fabrikanten en installateurs voldoende zekerheid krijgen om te investeren in productie, personeel, opleiding en onderhoudscapaciteit.

 

Bij de normering staat de prestatie van de verwarmingsinstallatie centraal. Een hybride warmtepomp moet aan die eis kunnen voldoen; een efficiëntere installatie, zoals een volledig elektrische warmtepomp, eveneens, maar de brief noemt drie verwarmingsvormen die op zichzelf onvoldoende zullen zijn: een cv-ketel, infraroodpanelen en een elektrische kachel.

 

Het kabinet kiest voor een natuurlijk vervangingsmoment [1]om voortijdige afschrijving van werkende ketels te vermijden. Een verhuizing of verbouwing wordt is een moment waarop vervanging vaak plaatsvindt, maar er is géén verplichting om uitsluitend vanwege een verhuizing een nog werkende ketel te vervangen.

 

Hoewel de precieze doelgroep nog niet vaststaat, worden nu wel al groepen voorzien waarvoor toepassing per 2029 nog niet wenselijk of niet haalbaar wordt geacht.

  • Woningen die op korte termijn op een warmtenet worden aangesloten;

  • Appartementsgebouwen;

  • Monumenten;

  • Utiliteitsgebouwen, zoals scholen en bedrijfsvastgoed.

 

De keuze hybride versus volledig elektrisch

Een hybride installatie combineert een elektrische warmtepomp met een cv-ketel. De warmtepomp verzorgt een zo groot mogelijk deel van de verwarming en de ketel springt bij wanneer dat nodig is.

Hybride is nadrukkelijk een tussenstap. De eigenaar krijgt tijd om de isolatieschil te verbeteren en daarna alsnog naar een aardgasvrije verwarming over te stappen.

Daar waar volledig elektrisch al haalbaar is, heeft dat volgens het kabinet de voorkeur. Dan kunnen ook het resterende gasverbruik en de kosten van de gasaansluiting vervallen.

Dit betekent dat een hybride investering moet passen in een langer verduurzamingsplan.

 

De warmtepomp moet slim: d.w.z. regelbaar en aanstuurbaar zijn, zodat het elektriciteitsverbruik kan worden afgestemd op omstandigheden. Voorbeelden van afstemming zijn bijvoorbeeld:

a. Verwarmen buiten piekmomenten op het elektriciteitsnet, en b. Verwarmen wanneer elektriciteitsprijzen laag zijn.

 

De tekst bevat geen verplichting om een dynamisch energiecontract af te sluiten. Slimme aanstuurbaarheid, een dynamische leveringsprijs en een tijdsafhankelijk nettarief zijn verschillende onderdelen die elkaar kunnen beïnvloeden.

 

Netcongestie en de elektriciteitsaansluiting

De brief beschrijft drie manieren om onnodige netbelasting te beperken:

  • Slim sturen buiten piekmomenten.

  • Bij hybride installaties op koude piekmomenten terugvallen op de ketel.

  • Waar mogelijk de bestaande kleinere elektriciteitsaansluiting behouden.

 

Veel huishoudens kunnen ook met één fase verduurzamen. Een elektrische auto kan dan bijvoorbeeld langzamer laden. Grotere, minder goed geïsoleerde woningen en zware extra toepassingen kunnen wel een zwaardere aansluiting vereisen. De bestaande aansluiting en gelijktijdige belasting moeten daarom per woning worden beoordeeld.

Dit is geen garantie dat plaatsing overal probleemloos kan. De capaciteit van de eigen aansluiting en de belasting van het lokale elektriciteitsnet zijn verschillende vraagstukken.

 

Open vragen

De Kamerbrief geeft richting, maar laat nog veel open:

  • Welke woningen precies onder de norm vallen.

  • Hoe de economische haalbaarheid wordt beoordeeld.

  • Welke technische situaties een uitzondering vormen.

  • Hoe de uitzondering voor aankomende warmtenetten wordt afgebakend.

  • Hoe vergunningseisen en de verplichting op elkaar aansluiten.

  • Welke slimme functies verplicht worden.

  • Of utiliteitsgebouwen worden meegenomen.

  • Of en wanneer appartementen en monumenten volgen.

  • Welk ondersteunend beleid na 2030 beschikbaar komt.

 

Ook handhaving, bewijs van naleving, sancties en een eventuele regeling bij acute keteluitval zijn in de brief niet uitgewerkt.

 

Het kabinet laat extern onderzoek luitvoeren naar situaties waarin een hybride warmtepomp zich binnen de levensduur naar verwachting terugverdient. Dat onderzoek moet begin 2027 gereed zijn.

​

[1] Een natuurlijk vervangingsmoment is het moment waarop een apparaat, installatie of bouwonderdeel sowieso aan vervanging, grote reparatie of renovatie toe is. Dit kan zijn omdat de technische levensduur is verstreken (het is kapot of versleten), of omdat er een grootschalige verbouwing gepland staat

 

EG Delft

Mobiel: 06 - 1299 5885

KvK nummer: 90905806

©2026 EG Delft. gemaakt met Wix.com

bottom of page